Niet van mij

Bij­na iedere dag doe ik trouw mijn oefenin­gen, mijn oefenin­gen op de mat. Ik train mijn fysieke lichaam, gedis­ci­plineerd met als eind­doel: stilte, rust en een goed afstem­ming met het zelf. Het zelf wat mij verbindt. In verbind­ing brengt met alles om mij heen, zodat ik voel, gelukza­ligheid.

Zo ook deze week op dins­dag. Na een moeizame start van de dag, die het gevolg was van een te drukke maandag waarin ik volledig over mijn gren­zen was gegaan voelde ik mij leeg en fut­loos. Tevre­den dat ik dat tegen­wo­ordig snel kan voe­len liet ik de oorde­len achter mij. Ver­lan­gend naar mijn oefenin­gen op de mat vol­bracht ik mijn werk in de ocht­end mij enigzins schuldig voe­lend dat ik weer over mijn gren­zen was gegaan. Dit is niet wat deze mensen ver­di­enen. Nadat ik weer alleen was direct mijn mat op en terug in con­tact met mijzelf, heer­lijk. Voldaan stapte ik van de mat, ik zag de zak­en weer helder en was weer in con­tact met mijzelf.

Dit duurde echter niet voor een lange tijd. Bin­nen enkele uren werd ik weer op de proef gesteld. Door een van de zak­en die heling nodig heeft. Ik heb nogal de neig­ing om zak­en op mij te nemen die niet voor mij zijn, maar voor een ander, wat voorkomt uit mijn hooggevoe­ligheid. Aan het einde van de mid­dag doe ik meestal mijn yogaoe­fenin­gen ter voor­berei­d­ing op mijn lessen die ik s-‘avonds geef. Bezig met mijn oefenin­gen hoor ik op de achter­grond het gelu­id van een tele­foon. Heel even sta ik toe dat mijn aan­dacht zich ver­legt van mijn asana naar het gelu­id van de tele­foon. Ik sta een gedachte toe: welke klant belt mij nu, wie belt eraf. Tegelijk­er­ti­jd de stem, geen aan­dacht aan schenken, laat gaan, er wordt wel een bericht achter gelat­en op je voice­mail. Als ik mijn oefen­reeks heb afges­loten en van mijn mat afstap begeef ik mij naar de ruimte waar mijn tele­foon staat.

 Weer een gedachte: Zo eens luis­teren wie mij heeft gebeld. Ik luis­ter naar de bood­schap en er ontwikkeld zich een kleine explosie in mij. Niet voor mij dit gesprek maar voor mijn part­ner. Mijn part­ner die heeft ontwikkeld: ik neem dit gesprek niet op, onbek­end num­mer ze zoeken het maar uit. Helaas kun­nen ze verder geen bericht achter­lat­en op zijn voice­mail. Dus de over­loop komt bij mij. Dus? Zal je denken. Dat is heel verve­lend voor mij. Met veel zorg heb ik mijn eigen ruimte gecreerd. Een ruimte geschei­den van mijn part­ner waar ik naar toe ga om mijn ding te doen, mijn eigen stu­dio. Ik begri­jp best dat ze hem nodig hebben maar niet via mijn kanaal. Ik ont­plof. Hoe durft dit deur­waarders kan­toor mij hier op mijn zake­lijk adres lastig te vallen. Ik zend van alles en nog wat uit en ook enkele gedacht­en naar hem, naar mijn part­ner, dit kon wel eens de drup­pel zijn. Neem je ver­ant­wo­ordelijkheid voor wat je hebt gedaan. Een reken­ing die jezelf hebt gecreerd door een dienst van een ander te ver­lan­gen. Waar van je van te voren van wist dat het lastig zou wor­den om deze te betal­en.

Mij realis­erend dat ik volledig wordt beheerst met gedacht­en en zak­en die niet voor mij zijn, noteer ik de bood­schap van het deur­waarder­skan­toor op een papiert­je. Dat is voor lat­er, niet voor nu, nie­mand kan er meer iets mee. Het deur­waarder­skan­toor is ges­loten en hebben slechts in een wan­hoops­daad mij gevon­den om hem te bereiken. Daar ga ik nu niet in mee. Ik wil mijn  fijne gevoel wat ik net weer had opge­bouwd met met yogaoe­fenin­gen niet door hen lat­en ver­storen. Ik geef twee fijne lessen, praat nog na met een dame die ook yoga heeft ont­moet en sluit mijn werkdag af met een tevre­den gevoel. Met de bood­schap in mijn tas ga ik naar huis.

 Thuis gekomen deel ik mee aan mijn part­ner: “Oh ja, ik werd van­daag lastig gevallen door een deur­waarder­skan­toor die mij belde voor jou.” Hij, voor het raam, hij was de ramen aan het wassen. Ja, mijn part­ner wast s’avonds de ramen het is echt waar, antwo­ord mij: “Kom jij met die energie bin­nen zie je niet wat ik aan het doen ben, en dan kom jij zo bin­nen met die energie.” Ik wil weer rea­geren en bedenk mij, bij hem lat­en niet jou energie, niet instap­pen. Ik voeg toe wat hij alti­jd doet, negeren, niet rea­geren op zijn energie. Ik laat hem even tieren en razen over zijn deur­waarder en antwo­ord: “zorg ervoor dat ze mij niet meer bellen.” Ver­vol­gens kijk ik naar de ramen, en geef hem een com­pli­ment: Wat fijn schat dat je de ramen aan het wassen bent. Hij tiert bin­nens­monds door, zijn woede afrea­gerend op de ramen die steeds helderder wor­den. Op een goede manier weten we de energie ons huis uit te lat­en waaien.

Lat­er als de rust is wed­erge­keerd realiseer ik mij een eerdere gedachte. Een die hij waarschi­jn­lijk heeft opgevan­gen, want hoe komt hij erbij om de ramen te wassen om 9 uur s‑ávonds. Natu­urlijk ze waren vies en  hij had aan mij beloofd ze te wassen. (Hij is voor jaren glazen­wass­er geweest) Maar gelukkig is alles nu weer helder. We weten weer van wie wat is. Hopelijk belt hij mor­gen de deur­waarder en laat ik het met rust.

Catha­ri­na Bli­jlevens.

Bookmark and Share