Moeilijk

De vol­gende dag kon ik mij gelukkig inhouden. Ook al was het even moeil­ijk even een moment van ik zal die deur­waarder eens bellen, ik deed het niet. Luis­terend naar de wijze woor­den van mijn dochter ter­wi­jl ik haar de vol­gende dag naar school breng: “Nee, zelf doen, alleen als het heel moeil­ijk wordt mag je helpen!”

Heer­lijk zo’n wijze spreuk van een peuter, een kleine dame in de dop, of beter zij die sinds een paar jaar ervoor heeft gekozen om bij ons te zijn. En dat is heer­lijk dat zij er is. Een paar jaar gele­den had ik mij daar niets bij kun­nen bedenken. Moi, moed­er, nou bedankt. A, hoe kri­jg ik dat gedaan in dit kleine lijf en B, dat lukt toch hele­maal niet met mijn bedri­jf. Bei­de, a en b, gedacht­en en oorde­len. Iets wat de ziel niet zou zeggen. Die gaat er gewoon voor wetende dat het goed zal gaan.

Sinds zij, Char­ly, er is heeft mijn wereld redelijk op zijn kop ges­taan want het was de hoog­ste tijd om afscheid te nemen van zelf doen en niet om hulp vra­gen als het moeil­ijk werd. Want wan­neer het moeil­ijk werd dan hield ik mij in. Ik had wel eens om hulp gevraagd bijvoor­beeld in 2006 toen ik zwanger was, maar de hulp werd geweigerd, klaar­blijke­lijk kon ik het zelf. Waar. Ik kon het zelf vallen in een gat en hieruit komen met de kracht van een feniks. En waar kwam dat toch van­daan deze over­tuig­ing: nee, ik laat het niet zien, ik wil niet gezien wor­den, mogen gezien wor­den en als je bent gezien, er mogen zijn zoals je bent. Zoals je van bin­nen bent als je laat zien wie je bent en je hart opent. Als je geeft!

Dat is bij mij een beet­je anders gegaan en hoe dat voelt dat werd mij weer eens getoond op het moment dat ik Char­ly begelei­d­de de klas in,  op deze woens­dagocht­end. Sinds een paar weken, een week voor pasen wat toch al een hele tijd is zo’n 5 dagen voor pinksteren, is er een andere juf. Zij moest van de rein­tre­gatie arts terug aan het werk want zij was beter of wel heel! Geheeld. Toen ik haar voor het eerst ont­moette en nog vol begrip was voor haar sit­u­atie kreeg ik lichte twi­jfels. Weet niet wie dit heeft beo­ordeeld maar heb niet het gevoel dat het ver­standig is om deze vrouw toe te vertrouwen aan 4 en 5 jari­gen. Wel heel lief, maar nog zeer broos. Logisch, na wat ze heeft onder­gaan. Maar  nu op deze woens­dag had ik toch wel verwacht dat ze wist wie mijn dochter was. Op de school van Char­ly bij aankomst staat de juf­frouw in de deu­ropen­ing en begroet de kinderen. De juf­frouw geeft de kinderen een hand en zegt nor­maal: “Goede­mor­gen, Char­ly”.

Deze mor­gen stond zow­el de juf­frouw als degene die stage loopt bij deze juf­frouw niet bij de deur. De een achter de com­put­er de ander met haar rug naar de deu­ropen­ing voor een tafel. Char­ly trekt aan mijn mouw: “Mam, eerst de juf­frouw een hand­je geven.” Ze loopt naar de juf­frouw. De juf­frouw draait zich naar haar toe, je ziet haar twi­jfe­len. Ja, het wordt moeil­ijk. Ik besluit haar te helpen, “Char­ly”. Onder­tussen denk ik, mijn hemel, nog niet. Weet je haar naam nog niet. Char­ly enigzins aangedaan duikt in mij. Ja, dat zou ik ook doen, ze weet niet wie ik ben, ik word niet gezien, laat ik even duiken daar waar het veilig is, lekker naar bin­nen. Ik bli­jf nog even in de klas, dat mag gelukkig bij de peuters, en knuffel met Char­ly. Als ik buiten loop maak ik me nog even druk over het voor­val. Voor­dat ik het weet ben ik bij de cranio sacraal spe­cial­ist.

Zo je ziet er fris uit, mooi helder”, voelt dat ook zo. Ik zeg “ja, nu je het zegt, dat voelt zo.” Ik voel een wezen­lijk ver­schil na de 5 behan­delin­gen die ik heb onder­gaan. Ze zegt, “mooi, om je zo open te zien.” We prat­en wat. Op een bepaald moment komt ons gesprek bij het voor­val in de klas van Char­ly. Ik kwam daar terug, omdat ik me in dit gesprek realiseerde dat het niet van Char­ly was, maar van mij. Ik was niet gezien toen ik klein was. Dus laat ik het bijmezelf houden deze energie. Ik onder­ga een pret­tige behan­del­ing. Er wordt gew­erkt aan mijn nek en hoofd, mijn medul­la. Ze vraagt aan mij, “je doet zek­er vaak een med­i­tatie op je medul­la.” Medul­la, ik luis­ter en denk aan de holte onder aan de schedel. En antwo­ordt: “niet bewust maar wellicht onbe­wust”.

Als ik klaar ben, en betaal voor de sessie mak­en we een vol­gende afspraak: “Wat vind jij,” vraagt ze, “zullen we over twee maan­den afspreken, of vind je dat te lang.” Ik zeg, “vind je dat goed, twee maan­den.” “Ja,” zegt ze. “En als je het gevoel hebt dat je eerder moet komen als het moeil­ijk wordt dan kun je me bellen.”  Blij loop ik naar buiten: “tot over twee maan­den en als het moeil­ijk wordt dan bel ik”

Wel doen he,” zegt ze, “bellen als het moeil­ijk wordt.”

Catha­ri­na Bli­jlevens.

Bookmark and Share