E.H.B.O

E.H.B.O, ofwel eerste hulp bij ongelukken. Het was al weer enige jaren gele­den dat ik er was geweest. Gelukkig maar zal je zeggen een teken dat er geen reden was om hier te zijn. Maar de dag voor eer­gis­teren was dat een ander ver­haal. Samen met mijn dochter Char­ly besloot ik op deze schit­terende dag naar Kijk­duin te fiet­sen, een ogen­schi­jn­lijke gemakke­lijke onderne­m­ing voor mijn vol­groei­de benen, maar voor de kleine dame naast mij een heel ander ver­haal.

Als moed­er besloot ik de veilige route te nemen, over de prachtig aan­gelegde fietspaden alhi­er in Den Haag reden wij samen in haar tem­po naar Kijk­duin. Iets in mij zei niet door de duinen te rij­den nu dit wel eens een stap te ver kon zijn met hier en daar een heftige afdal­ing. Zo besloot ik samen met haar tegen het einde van onze tocht een wat lager gele­gen pad te nemen, het pad­de­pad, die ons over een vrij vlakke weg naar plaats van bestem­ming bracht. Het was hier en daar wel oplet­ten geblazen door wat zand, ste­nen en takken die onze weg kruis­ten maar zon­der ongelukken bereik­ten wij ons doel: De strand­jut­terskeet van Ome Jan. Een wel­gewild vakantie doel van Char­ly, want hier zijn de duinen, is de zee en als je het antwo­ord weet te vin­den vol­gens de vra­gen van het boek­je die je van ome Jan meekri­jgt op je speur­tocht, ont­vang je een beloning: een diplo­ma en in de vakantie een ijs­je!

Zal je dat wel doen, Char­ly, zegt ome Jan, het is toch veel te warm. Je kunt beter mor­gen terug komen.” Maar Char­ly en ik waren vast besloten, het antwo­ord wis­ten wij immers al, want we waren vorige week ook al geweest. We namen de spullen voor onze speur­tocht van ome Jan in ont­vangst en dap­per gin­gen we samen op pad over het hete zand. “Mama, we hoeven die speur­tocht niet te doen toch? We weten het antwo­ord, het is .….….….….….….….… (Ja, laat ik dat niet ver­melden voor de eventuele nieuws­gierige onder ons.) Je kunt het gewoon opschri­jven.” “Dat is waar schat, maar lat­en we dan wel een beet­je troep voor ome Jan opruimen.” Dit keer sne­den wij onze route flink af, en gin­gen direct naar het over­volle strand, in de richt­ing van de verkoe­lende zee.

Na een kleine twee uur arriveer­den we weer bij de keet van Ome Jan. Ons antwo­ord werd werderom goed bevon­den, dus met diplo­ma op zak eerst geni­eten van het welver­di­ende ijs­je kon­den wij de reis terug begin­nen. Geheel zelfverzek­erd stapte de kleine dame op de fiets. “Ik ga voor mam, ik weet de weg, doe mij maar na.” En daar ging ze ik er achter aan. Dat duurde niet voor lang. Door de schaduw rij­dend langs de bomen over­schat­te de dame haar tal­ent op de fiets en kwam door een lichte dal­ing en wat rom­mel op het pad ten val. Ik zag haar gaan over haar stu­ur. Daar lag mijn prins­es met haar gezicht op het pad.  In plaats van het­zelfde te doen, remde ik met gebruik van bei­de rem­men en snelde op haar af.  Oh mijn god, niet haar gezicht of haar tanden, ging door mij heen.

Voor ik er erg in had, snelde er meer mensen op dit kleine voor ons grote trau­ma af. Veel bloed zag ik toen ik haar opraapte en omdraaide. Maar haar gezicht viel mee. “Let me look, zegt een man, I am a den­tist let me look to her teeth.” De man voelt met zijn vinger­top­pen aan haar tanden en voelt hoe de schade is. “Feels oke,” zegt de man tegen mij. “It is prob­a­bly a tooth trough her lip that caused all this blood.” Oh mijn god, dank u wel schoot het door mij heen. De vrouw van de man verzek­ert mij dat het een hoop bloed is maar dat het alles behalve mee­valt. De man en vrouw ver­vol­gen hun weg. Ik stap met Char­ly op het voet­pad om haar gezicht een eerste ver­zorg­ing te geven en de andere schade te bek­ijken want ook haar knie had een behoor­lijke wond. Maar gelukkig kon ze deze buigen, strekken en ze kon op haar been staan. Onder­tussen huilde ze tra­nen met tuiten. “Ik wil niet meer fiet­sen.“ ‘

Kom schat, lat­en we eerst samen een stuk­je lopen, naar de water­pomp aan het einde van het pad, dan kan ik daar je gezicht schoon­mak­en.” Dap­per besluit ze mee te lopen, ik opgelucht want hoe was ik hier anders weggekomen. Bij de water­pomp een kleine ver­friss­ing gemaakt en hier kon ik voor het eerst zien dat haar boven­lip hele­maal opgez­wollen was. “ ‘Ik ga niet fiet­sen,” houdt ze vol. “Schat, als je het nu eens probeert. Je kan fiet­sen, ga je eerst op de stoep mama bli­jft gewoon naast je lopen, zullen we eens kijken hoe dat gaat.” Na enige opmerkin­gen van haar zijde besluit ze het te doen. Ik blij, na ongeveer een kleine kilo­me­ter stel ik voor dat we samen verder fiet­sen op het fietspad. Daar is ze het mee eens. Als ik naar haar kijk dan breek ik van bin­nen, het zielige gezicht, de gez­wollen lip, het bloed rond haar neus. Zo kan ik haar niet thuis bren­gen. “Zullen we naar de EHBO gaan stel ik haar voor, dat ligt langs de route van het fietspad.” “Ja,” jam­mert ze op heel zielige toon.

Aangekomen bij het zieken­huis meld ik mij bij de balie. “Daar zou ik zek­er even naar lat­en kijken,” zegt de recep­tion­iste. We wor­den inge­boekt en gevraagd plaats te nemen in de wachtru­imte. Wel daar was het bij­na net zo vol als op het strand. Dit gaat lang duren passeert mij een gedachte. Er zit een dame naast mij die aan mij laat ont­vallen na een half uur dat zij al bij­na 1,5 uur zit te wacht­en. Ont­moedig­ings­beleid, grap ik nog. Onder­tussen vraagt de zoon van de dame: “Wat is er met haar gebeurd?” Char­ly doet haar ver­haal. “Dan moet je voor­taan achteruit trap­pen zegt de jon­gen, als je afdaalt dan moet je achteruit­traprem gebruiken, dan sla je niet over de kop.” “Dat is nog eens fijn, zeg ik tegen de jon­gen, dat is een goede tip voor een vol­gende keer.” “Zo zie je maar, zeg ik tegen Char­ly, toch maar goed dat we hier zit­ten. Na bij­na twee uur in de wachtru­imte te hebben gezeten wor­den we dan ein­delijk geroepen samen met de jon­gen en nog een andere jon­gen.

Je mag op dit bed plaats nemen, zegt een dame, ik kom zo bij je terug.” De moed­er had mij al gewaarschuwd dat als je wordt geroepen dat niet wil zeggen dat je wordt geholpen. Toch komt de dame spoedig weer terug. “Ver­tel eens Char­ly, wat is er gebeurd? Char­ly doet haar ver­haal. “Heb je pijn?” vraagt de ver­pleegkundi­ge. “Ja, zegt Char­ly en wijst al haar pijn plekken aan: neus, lip en knie. De dame doet een eerste onder­zoek. “Ik zal je twee tablet­ten geven zegt ze dat helpt tegen de pijn, ze smak­en een beet­je naar fram­bozen. Neem ze maar, de dok­ter komt zo bij je.”

Heb je die echt nodig?“vraag ik. Ja, knikt ze. Alles wat gebeurde er kwam geen dok­ter, het bor­d­je in de wachtru­imte had ons al gewaarschuwd, het kan soms wat langer duren en soms gaan ern­stige trauma’s voor.

Rond kwart voor negen begon mijn geduld op te ger­ak­en, ik besluit een andere dame die met een kar­ret­je over de gang stru­int aan te spreken. “Ik kom pas als de dok­ter is geweest, zegt ze, pas dan kom ik eventueel met een pleis­ter of een ver­band. Vol ver­baz­ing kijk ik haar aan en wijs haar op de knie van mijn dochter en haar gezicht. “Dat ziet er niet al te best uit,” zegt ze. Ze toont barmhar­tigheid en af te wijken van het pro­to­col. Ze pakt desin­fecter­ingsmid­del en een doek. “Dit kan prikken,” zegt ze. Char­ly geeft geen kick. “Zo, zegt de dame jij bent een bikkel, andere kinderen die schree­uwen alti­jd als ik dit doe. “Onder­tussen zeg ik tegen haar dat ik over­weeg naar huis te gaan, het wordt immers alleen maar lat­er en we hebben nog een klein fiet­stocht­je naar huis te gaan. “U kunt beter nog even wacht­en op de dok­ter. Ik zou toch even door de dok­ter lat­en kijken.”

Als de vrouw ons ver­laat zie ik ein­delijk de dok­ter naar onze kant komen lopen. Alles blijkt goed te zijn, slecht een behoor­lijke bloe­duit­stort­ing onder de lip, wat door veel ijs­jes te eten zo luidt het advies van deze vrouwelijke dok­ter bin­nen enkele dagen ver­holpen zal zijn. Met de neus en de ribben is alles goed. “En hier, zegt de dok­ter, op de knie wil je hier nog wat op. Het is beter om het aan de lucht te lat­en dro­gen maar als je er een pleis­ter op wil dan kri­jg je een pleis­ter op je knie.” “Ja, dat wil ik,” zegt Char­ly.

Na drie uur ver­toefd te hebben op deze eerste hulp bij ongelukken afdel­ing voor Kinderen rijd ik voldaan en niet ont­moedigd met de kleine dame met een pleis­ter op haar knie naar huis. De eerste hulp was ons onmid­delijk gebo­den in de duinen door de tan­darts en zijn vrouw, in de wachtru­imte had­den we een advies gekre­gen hoe het een vol­gende keer te voorkomen, na een hoop geduld werd de kleine dame door aller­lei lieve mensen geholpen en met het huidi­ge weer is het een niet al te lastige opgave om veel ijs­jes te eten!

Catha­ri­na Bli­jlevens

 

Bookmark and Share